Competentieoverzicht schoolleiders
Alle hieronder beschreven competenties zijn van belang voor de functie van schoolleider. Zij zijn de basis van ons assessment voor schoolleiders in primair en voortgezet onderwijs (directeur, rector, adjunct, locatieleider, teamleider).
1. Leidinggeven aan teams
Kan teams en groepen effectief en resultaatgericht leiden en sturen; houdt rekening met zowel mens- als taakgerichte aspecten. Is teamgericht; creëert draagvlak, teambinding en 'wij-gevoel'.
2. Leidinggeven aan individuen
Weet medewerkers te motiveren en te stimuleren op effectieve wijze hun bijdragen te leveren. Kan begeleiden, coachen en mensen meekrijgen. Boort talent aan en biedt mogelijkheden tot ontwikkeling. Geeft op de juiste momenten waardering en kritische feedback. Stelt zich, indien nodig, eisend en maatgevend op.
3. Inlevingsvermogen
Verplaatst zich in situaties, overwegingen en gedachten van anderen en kan begrip tonen voor hun problemen. Neemt behoeften en gevoelens bij anderen waar en reageert daar zichtbaar en adequaat op. Weet evenwicht te vinden tussen behoeften van medewerkers en de belangen van de organisatie.
4. Probleemoplossend vermogen
Kan beschikbare informatie goed onderbouwd analyseren. Weet hoofd- van bijzaken te onderscheiden. Ziet de essentie van problemen en heeft besef van prioriteit en urgentie. Is breed georiënteerd en benadert problemen en situaties vanuit diverse invalshoeken. Zoekt actief naar informatie ter onderbouwing van de eigen leidinggevende besluiten en acties. Komt tot concrete en uitvoerbare oplossingen.
5. Besluitvaardigheid / actiegerichtheid
Reageert actiegericht en kan knopen doorhakken. Neemt op de juiste momenten beslissingen en vertaalt die in concrete acties. Komt voldoende snel tot eigen opvattingen en meningen over zaken en staat daarvoor. Durft risico’s aan te gaan.
6. Planning en organisatie
Kan structureren, werk indelen en orde scheppen. Plant eigen werk overzichtelijk en bepaalt daarbinnen de prioriteiten. Kan delegeren en gebruik maken van de mogelijkheden die de organisatie biedt tot efficiënt werken. Werkt met actieplannen, zowel op korte als op langere termijn. Bewaakt de voortgang van werkprocessen.
7. Organisatiesensitiviteit
Toont oog voor problemen tussen medewerkers en groepen. Onderkent de invloed en gevolgen van beslissingen of acties op de diverse onderdelen van de organisatie, zowel binnen de eigen school/instelling als in het grotere organisatorische verband waar de school/instelling deel van uitmaakt. Kan over de grenzen van de eigen eenheid heenkijken en handelen.
8. Externe en strategische oriëntatie
Denkt en handelt strategisch en op langere termijn. Kijkt over de grenzen van de huidige situatie en het ‘hier en nu’ heen. Is gericht op de directe omgeving en op de positie van de school/instelling daarin. Weet kansen en bedreigingen uit de omgeving op juiste waarde te schatten.
9. Onderwijskundig ondernemerschap
Zoekt actief naar mogelijkheden om het onderwijs in de eigen school te verbeteren en gebruikt die ook. Communiceert over de eigen opvattingen over onderwijs en pedagogisch handelen. Daagt medewerkers uit na te denken over onderwijs en pedagogische uitgangspunten. Relateert de eigen leidinggevende acties duidelijk aan de onderwijskundige opdracht van de school/instelling.
10. Presentatie
Kan eigen gedachten op heldere en bondige wijze verwoorden. Kan presenteren en weet toehoorders te boeien en te overtuigen.
11. Relativeringsvermogen
Blijft effectief functioneren in wisselende situaties. Weet spanning te breken met humor of relativerende opmerkingen. Kan afstand nemen en overzicht bewaren.


